Onze praktijk heeft al sinds 2010 het Borstvoedingscertificaat van Stichting Baby Friendly (voorheen Zorg voor Borstvoeding). Dit houdt in dan wij werken volgens de 10 vuistregels van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) die wij in ons borstvoedingsbeleid vertaald hebben naar vijf standaarden. Wij werken intensief samen met een werkgroep borstvoeding in de regio en alle ketenzorgpartners. 

Informatiefolder Borstvoeding

Tien vuistregels

  • dat zij een borstvoedingsbeleid op papier hebben, dat standaard bekend wordt gemaakt aan alle betrokken medewerkers
  • dat alle betrokken medewerkers de vaardigheden aanleren, die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van dat beleid
  • dat alle zwangere vrouwen voorgelicht worden over de voordelen en de praktijk van borstvoeding geven
  • dat moeders binnen een uur na de geboorte van hun kind geholpen worden met borstvoeding geven
  • dat aan vrouwen uitgelegd wordt hoe ze hun baby aan moeten leggen en hoe zij de melkproductie in stand kunnen houden, zelfs als de baby van de moeder gescheiden moet worden
  • dat pasgeborenen geen andere voeding dan borstvoeding krijgen, noch extra vocht, tenzij op medische indicatie
  • dat moeder en kind dag en nacht bij elkaar op een kamer mogen blijven (rooming-in)
  • dat borstvoeding op verzoek wordt nagestreefd
  • dat aan pasgeborenen die borstvoeding krijgen geen speen of fopspeen gegeven wordt
  • dat zij contacten onderhouden met andere instellingen en disciplines over de begeleiding van borstvoeding en dat zij de ouders verwijzen naar borstvoedingorganisaties

Voedingssignalen

Om snel de voedingssignalen van je baby te leren kennen, raden we je aan om het kindje dag en nacht bij je in de buurt te hebben. Als je herstellende bent van een bevalling ben je zo wat sneller en gemakkelijk bij je kindje wanneer het aangeeft dat het honger heeft. Deze signalen kunnen bestaan uit smakken, zoekbewegingen met het hoofd en het mondje, likken aan de lipjes en sabbelen op de handjes. Wanneer je kindje deze signalen vertoont, is het handig om hem of haar aan te leggen. 8-12 keer per etmaal aanleggen is heel normaal, zeker in het begin. Let dus niet op de klok, maar op wat je kindje aangeeft wanneer het weer voeding nodig heeft. 

De eerste voeding

Na de geboorte streven we er altijd naar om de baby minimaal een uur bij jou op de buik te laten liggen. Dit is enerzijds erg goed voor de hechting, maar anderzijds ook voor het op gang brengen van de borstvoeding. Vaak zien we in het eerste uur na de geboorte al dat het kindje voedingssignalen laat zien. Hier maken we gretig gebruik van door dan ook de eerste borstvoeding vast te proberen. De eerste voeding bestaat uit enkele druppels en is vaak erg vet en calorierijk; dit heet colostrum. Hierdoor heeft een kindje ook maar weinig voeding nodig om toch verzadigd te zijn. Daarnaast is de maag van een pasgeboren baby nog dusdanig klein, dat het ook nog niet veel voeding kan verwerken. Dit wordt heel natuurlijk elke dag een beetje verder opgerekt doordat er langzaam aan steeds meer voeding geproduceerd wordt. 
Als de borstvoeding op gang komt, is het belangrijk om de productie in stand te houden door middel van een systeem van vraag en aanbod. De productie past zich aan op de vraag van je kindje; hoe vaak het drinkt, welke voedingsstoffen het op dat moment nodig heeft en ook op het weer! 's Winters zit er meer vet in de moedermelk, terwijl er in de zomer meer water in zit. 

Bijvoeden

Lukt het niet om je kindje de eerste dag na de geboorte goed aan te legen, dan kun je altijd proberen te handkolven om die kostbare eerste druppels op te vangen en op een lepeltje of in een cupje aan je kindje te geven. Er wordt bij voorkeur alleen op medische indicatie bijgevoed. Bijvoeding kan soms nodig zijn als de conditie van het kind vraagt om meer voeding wanneer de borstvoedingsproductie hier nog niet aan kan voldoen. We adviseren dan ook altijd om tijdelijk te gaan kolven om de productie een boost te geven. Bijvoeden doen we dan ook bij voorkeur met gekolfde moedermelk, maar wanneer hier nog niet voldoende van is, zetten we soms ook kunstvoeding in. Eventueel donormelk is natuurlijk ook mogelijk; verdiep je hier van tevoren in als dit de wens zou zijn.
Bijvoeden doen we bij voorkeur met een klein kaakspuitje, lepel of cupje. Wanneer we al heel vroeg zouden starten met een flesje, dan kan het zijn dat er tepel-speenverwarring ontstaat, waardoor je kindje uiteindelijk niet meer uit de borst wil drinken. Pas vanaf grotere hoeveelheden bijvoeding, zullen we pas een flesje introduceren. Om dezelfde reden raden we ook een fopspeen af. Niet alleen kan dezelfde verwarring ontstaan, maar kunnen kinderen ook energie verliezen van continu op een speen sabbelen; energie die ze nodig hebben om goed te kunnen drinken.   

Aanlegtechniek

In principe hoort de borstvoeding pijnloos te zijn. Wanneer je zonder pijn voedt, weet je dat het kindje op een goede manier aanhapt. De eerste dagen kunnen de tepels wat gevoelig zijn doordat de tepels moeten wennen aan het intensieve gebruik. Ook het eerste aanhappen mag soms wat gevoelig zijn, dit behoort echter in de loop van de voeding weg te zakken. Wanneer je toch aanhoudend pijn hebt of er ontstaan tepelkloven, dan kan er iets anders aan de hand zijn. Meestal ligt dit probleem bij een verkeerde aanlegtechniek van je kindje. Haal je kindje los van de borst en leg het opnieuw aan. Let hierbij goed op je eigen houding, de houding van je kindje ten opzichte van de borst en of de mond een hap neemt die groot genoeg is. Een kindje hoort goed vacuüm te zuigen en behoort niet continu los te laten of met een klakkend geluid te drinken.
Heb je ondanks goed aanhappen toch pijn bij het voeden, vraag ons dan even om mee te kijken of er mogelijk andere aanwijsbare oorzaken zijn. 

Verloskundigenpraktijk Voorhout

Ravellaan 72d
2215 LZ Voorhout
Tel: 0252-235323


Wil je meer informatie, wij helpen je graag verder.
 

Neem dan contact met ons op